Opruimen voor je doodgaat, het verhaal van Klumpeduns

Regelmatig hoor ik verhalen van nabestaanden die veel werk hebben een huis leeg te halen. En het is niet alleen de tijd en energie die het kost. Er komt ook veel emotie aan te pas. En keuzes die gemaakt moeten worden, terwijl je hoofd daar niet naar staat. En vaak onder tijdsdruk, het huis moet snel na het overlijden opgeleverd worden. Ik heb dat zelf ook meegemaakt. Het was voor mij bijna een traumatische ervaring. Zoveel spullen waar ik doorheen moest. Juist in een periode dat ik me het liefst even als een kat op de bank had willen oprollen. Stilstaan bij alles wat er wat er was gebeurd. Mijn ziel moest mijn lichaam weer inhalen.

De edele Zweedse kunst van ‘döstädning’

Wat zou het toch fijn zijn dat als iemand dood gaat dat zijn huis is opgeruimd. Ik ben nog niet van plan van hier te gaan, maar waarom nu niet beginnen met opruimen? Dan geniet ik zelf ook van een opgeruimd huis. Onlangs las ik het boek van Margareta Magnusson met als titel ‘Opruimen voor je doodgaat’. Een boek over de edele Zweedse kunst van ‘döstädning’. Dö betekent dood en städning betekent opruimen. Dit betekent dat je nutteloze dingen wegdoet en je huis netjes opruimt wanneer je denkt dat de tijd nadert om het tijdelijke voor het eeuwige te verwisselen.

Klumpeduns

Het is een klein boekje met handige tips hoe je ‘döstandning’ kunt aanpakken, maar ook met leuke verhalen. Haar verhaal over Klumpeduns wil ik jullie niet onthouden:

“Op een dag liep een grote, oranje kater ons huis binnen. Mijn man had nooit iets tegen katten, maar had er ook nooit een willen hebben. Toch adopteerde die rode kater mijn man meteen en hij wilde steeds bij hem in de buurt zijn. We noemden hem Klumpeduns omdat hij – anders dan de meeste katten – altijd tegen iets op botste waardoor het stukging, op iets wilde springen maar miste, of zomaar ineens van de stoel kukelde waar hij op zat. Elke avond wanneer mijn man in zijn luie stoel naar sport zat te kijken kwam Klumpeduns aantrippelen, maakte een sprong en installeerde zich op de armleuning.

Later, toen mijn man naar een verpleeghuis moest, rouwde de kat, die hem miste. Maar elke avond sprong hij (zonder te missen!) op de armleuning, ook al keek ik zelden naar sport.

Op een dag belde het verpleeghuis met de mededeling dat mijn man plotseling was overleden. Ik was ’s ochtends nog bij hem op bezoek geweest, en hoe ziek hij ook was geweest, het was toch een schok. Het personeel vroeg of ik zo snel mogelijk zijn kleren en andere spullen kon komen ophalen, want ze hadden zijn kamer meteen nodig.

Natuurlijk waren er allerlei dingen die ik moest regelen toen ik terugkwam uit het verpleeghuis, maar ik nam alles uit zijn kamer mee naar huis. Ik legde zijn kleren op een stapel vlak achter de voordeur, te moe om er op dat moment iets mee te doen. Vrienden hadden mij uitgenodigd en ik had echt even behoefte aan gezelschap, dus ik ging de deur uit. Toen ik thuiskwam lag Klumpeduns languit te treuren op de stapel kleren. Ik huilde.

Ik had zoveel gehuild in de vele jaren waarin mijn man geleidelijk van me wegdreef. Die avond balde al mijn verdriet zich samen in die kat. Ik voelde me plotseling heel schuldig dat ik het arme beest alleen had gelaten met zijn verdriet. Klumpenduns zelf ging een paar maanden later dood. Ik geloof niet echt in het hiernamaals, maar soms beeld ik me in dat Klumpeduns ergens ver weg een comfortabele armleuning heeft gevonden – én zijn goede oude vriend.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *